zaterdag 19 november 2016

inheems mysterie HUNEBEDDENPAD DEEL1

INHOUD DEEL1:
Intro; Ligging in AARDEHEUVELS; Uitstraling; Steentijdmonumenten: verspreidingsgebied, types, menhirs, steenkringen; Ligging in landschappelijke setting; Uitlijning; Sporen van bewerking; Natuurbeeld; Inventaris hunebed; Ouderdomsbepaling; Van vernietiging naar bescherming; Naamgeving; Hoe werden onze hunebedjes gebouwd?

INTRO
Een tijdje terug was ik bij een trancedans. Er werd verteld over voorouders. 'Interessant' dacht ik, 'maar eigenlijk ken ik ze amper'. Ik had een stoere opa, een autoritaire soort Godfather met 11 kinderen en van de andere kant een sterke spirituele oma, die na de dood van haar man hele dagen in stilte bad wat mij aansprak, maar van de generaties daarvoor had ik amper kennis. Dit past evenwel bij de gefragmenteerde individualiteit en vervangende massamensprogrammering zoals die hoogtij viert in onze 'cultuur'. Door de afsnijding van voorouderlijnen wordt deze in de hand gewerkt. Interessant is overigens dat meer elitaire families vaak aardig wat kennis en connectie bezitten omtrent hun (directere) voorouders. Dat kan extra macht geven. Enig persoonluk onderzoek in die eigen richting is dan ook geen gek idee voor identiteitsverrijking.

Als we veel verder teruggaan dan stonden daar al tijdenlang hunebedden: speciaal uitgelijnde stevige steenformaties die moeizaam in het wereldbeeld van de meesten passen. Geloof in de gangbare grafthese en propaganda (presentatie als feit) daarvan is nog immer de norm op onze scholen, alsook in eenzijdige voorlichting van onder meer het HunebedCentrum te Borger. Hoe meer ik er over te weten kom, des te meer valt er te ontdekken. De stenen beginnen als het ware steeds meer te spreken.

In dit artikel stel ik opnieuw een aantal basisvragen en deel mijn eigen waarnemingen. Met hierin verwerkt onmisbare kennis en aanzetten tot nader onderzoek doorgegeven door Jan Evert Musch: "Jan de Hunebedman" zoals ik hem noem. Mijn gids die als leidraad door dit artikel loopt. Verder bespreking van mijn verwerking van reguliere hunebed-literatuur. Tot slot van dit eerste deel: HOE werden zij gebouwd? Met onthullingen van eigen bodem: verrassende herontdekking!

De canon van de Nederlandse geschiedenis begint bij en met de hunebedden. Daarbij wordt nog immer als vanzelfsprekend het aloude voorgekauwde grafverhaal gepropageerd. Ik zal inzichtelijk maken dat daar de geschiedenisvervalsing begint. Al staat er eindelijk wel een vraagteken van verwondering in dit stukje van de meezingtekst

        REFREIN
        Een hunebed van 5000 jaar oud
        Een hunebed door mensen ooit gebouwd
        Enorme stenen op elkaar
        Hoe speelden ze dat klaar?
        Ik leg m'n hand op zo'n steen
        Er gaat een rilling door me heen
        Want de tijd staat even stil

Ligging in AARDEHEUVELS
Jan neemt mij op sleeptouw. In de paasregen komen aan bij een enorme heuvel, de grootste in de regio. De plek heet STIENBULT. In het midden is er een soort van grote krater waar volgens Jan vroeger een hunebed in heeft gelegen. Volgens Jan is deze heuvel door mensen aangelegd, officieel staat ie te boek als stuifzandheuvel. Ook de vermeende hunebedlocatie wordt niet erkend. Aan de voet wordt de enorme heuvel doorsneden door een weg.

Iets verderop staan bomen . Jan vertelt dat een aardeheuvel bij grotere hunebedden veelal voorzien was van een boomkroon. Ik verwierp dit beeld eerst omdat ik dacht dat boomwortels een hunebed zouden ontwrichten. Maar bij nader inzicht begrijp ik dat een erboven geplaatste boom juist extra ondersteuning biedt: de wortels zullen er omheen groeien en het hunebed inpakken in een soort wortelhandschoen.

'De heuvels waren verder omgeven door een greppel zodat vee er niet op kon komen', vertelt hij. 'Bomen blijven terugkomen en laten ook wortelindrukken achter op stenen'.

bijschrift: D13 ligt nog in een oorspronkelijke heuvel. Minihunebedje.

Alle hunebedden waren volgens bodemarcheologen vroeger op deze manier ingegraven. Het was 'vergeten' onderzoeker De Wilde die daar begin 20e eeuw tevoren al op wees.

Belangrijk is verder terdege te beseffen dat men vaak kon staan in hunebedden. De vloer lag lager: standaard bij de onderkant van de zijstenen! Nu staan deze doorgaans halfingegraven omdat het skelet anders om zou donderen.

 voorbeeld INTERIEUR hunebed D53 (KLOK, 1979, pagina 130)

 HUNEBEDCENTRUM te BORGER
Je ging dus als je het hunebed enterde, via de toegangspoort, de aarde binnen. Daarbij zat, lag of stond (hunebedden hadden diverse hoogtes!) men doorgaans boven maaiveld, naar verluid gemiddeld rond 8m boven ANP, ongeveer ter hoogte van de leylijnen!  Dus niet zozeer in een "kelder" wat weer eerder een associatie oproept met een graf.

Dat de meeste hunebedden nog niet zolang geleden ingestorte hopen waren, komt ook door wegnemen van STOPSTENEN: de kleine stenen die tussen de grote keien werden aangebracht. Daaroverheen zat mogelijk een  leembepakking om een hunebed waterdicht te maken.

Op basis van summier onderzoek in enkele hunebedden en eigen aannames concludeert Lanting (beschreven in "Hunebedden, monumenten van een steentijdcultuur") dat de dekstenen van een hunebed in NL boven de aardeheuvel uitstaken. Dat komt toch weer kaal over en is extreem generaliserend. Terwijl tekeningen uit het verleden toen veel meer Nederlandse hunebedden nog naar behoren ingegraven lagen, wel laten zien dat deze hunebedden helemaal bedolven waren onder aarde. Er zijn ook genoeg foto's van originele hunebedden in Denemarken en Zweden die ook wel degelijk helemaal in het geheel in een aardeheuvel liggen. Incidenteel is er inderdaad een uitstekende steen of is er een extra steen bovenop geplaatst.

UITSTRALING
Gevoel spreekt mee! Wat ik bedoel is dat kinderen vaak spontaan op een hunebed klauteren. Bij mijn eerste bezoek zag ik dit meermaals bij verschillende hunebedden geschieden, het is haast standaardgedrag (mits kinderen niet te straf zijn afgericht). Bij mijn eigen eerste hunebedverkenning als kind stond ook ik met broers bovenop een deksteen.
met gebroeders
Laatst was ik weer bij D14. Er was een groepje vrouwen die een eigen ritueel uitvoerden. Daarna lagen ze verspreid over het hele hunebed heen. Toegegeven: met name in herfst- en wintertijd ziet het STENEN SKELET er wellicht enigzins kil uit. Maar voorheen lagen zij dus allemaal in een isolerende aardeheuvel met een toegangspoort temidden van kruidenbedden en mogelijk met een boomkroon in een landschappelijke setting met uitlijning. Dat is een nogal ander plaatje! Maar de uitstraling blijft.


STEENTIJDMONUMENTEN
In het volgende deel gaan we uitgebreid in op WIE de hunebedden bouwden. En welke cultuur zij vertegenwoordigden, voor zover dat te achterhalen is. Daarbij als leidraad hanterend dat een gepresenteerd beeld consistent dient te zijn! Er zijn trouwens meer soorten steentijdmonument.

Nu gaan we eerst eerst kijken waar hunebedden liggen en wat nadere kenmerken zijn, allerlei meer technische feiten en omstandigheden.

 KAART hunebedden in NL

Ruim 50 overgebleven stuks in Nederland. Hoofdzakelijk gelegen langs de HONDSRUG: een strook van zo'n 70km lengte en elders enige in soortgelijk gebied.

Een kaartje betreffende verspreidingsgebied van hunebedden in EUROPA is te vinden op
http://www.hunebedden.nl/europa.htm

In Duitsland zijn er honderden. Ook daar is veel verwoest. Ze staan tot in Polen aan toe: daar gaat het om enige tientallen in een beperkt gebied. Naar het Noorden toe in Denemarken staan de meesten: duizenden volgens wikipedia. Een uitstapje waard? In Zweden wordt er stevig onderzoek gepleegd in de 360 hunebedden. In Noorwegen staan er 6.  Zuidelijk, in Frankrijk staan vele honderden wat genoemd wordt DOLMEN. Die staan tot in Portugal en zelfs Noord-Afrika.

Deze dolmen genoemde bouwsels in Zuideuropa zijn simpeler, kleiner van opzet. Ze beziiten geen zij-ingang. Met plattere stenen: deze waren door de verdere verplaatsing nog verder afgesleten. Tevens werden stenen een soort van gezandstraald: weer en wind hadden honderdduizenden jaren vrij spel. De stenen in Zweden zijn inderdaad boller. Ook de dekheuvel is daar doorgaans dikker volgens Jan.

Hoe kwamen de stenen hier namelijk?
Keien tot 30.000 kg, veelal graniet vol kwartskristal. Het NL keirecord is 44.000 kg: de Zwerfsteen van Rottum. https://nl.wikipedia.org/wiki/Zwerfsteen_van_Rottum

Vanuit het noorden tijdens de Saale-ijstijdverplaatsing is het meest plausibele verhaal. Er bestaan meerdere theorieën over de details daarvan. Dit is een van de nadere vraagstukken waarop ik hier niet verder in zal gaan hier. De aldus aangekomen gebruikte stenen voor hunebedbouw werden hier vervolgens niet over grote afstand verplaatst, dat was fysiek onmogelijk. In de hunebedgebieden lagen zij aan de oppervlakte.

TYPES,
Van Giffen viel het ook al op dat er diverse typen hunebed te onderscheiden zijn, die verspreid over een vrij groot deel van NoordWest Europa voorkomen. Hij onderscheidde 4 typen 'graven', genoemd: portaalgraf, ganggraf, langgraf en trapgraf. Schoorvoetend wordt deze interpretatie niet meer zo expliciet gebezigd. Ik denk dat de variatie groter is en dat de te hanteren indeling te relateren valt aan anderssoortige diverse functies van hunebedden aardetempels!

Hunebedden zijn niet de enige megaliete (mega = groot, lithos = steen) monumenten die er uit vorige tijdperken bewaard zijn gebleven. Op vrij veel plaatsen in deze regio bestaan er ZWERFKEIEN. Deze staan doorgaans stevig op hun plek en bezitten markerende functie, markeringskei is wellicht een beter woord. Vaak is er sprake van menselijke bewerking. Voor degenen die willen zien zijn er vormen te bewonderen: de godinvorm komt vaker voor evenals diverse dieren. Voor standaard wetenschap is dit alles toeval... Zij blijven blind voor de afstemming van mens en natuur.

BEWERKTE STENEN te EEXT:
beer
gorilla
mammoet
kikvors/pad
MENHIRS in NL
Menhirs kennen we uit stripverhalen en als door illustere netwerken opgerichte standbeelden. Weinig bekend is dat er in ons eigen Drenthe ook eentje staat ingegraven:


Een menhir is een zwerfkei. Meestal wordt er een langwerpig exemplaar mee bedoeld. Jan leidt mij langs de Galgenberg. Deze naam refereert aan de lugubere tijden van de middeleeuwen toen de tegennatuurlijke kerk in samenwerking met wereldlijke heersers zo hun eigen gebruiken etaleerden. Op de top is een stuk uitstekende steen te aanschouwen. Volgens Jan is dit een ingegraven menhir. Hij vertelt dat er meer waren op diverse plekken in Drenthe. Deze zijn vernietigd of verduisterd onder het motto: "weg is weg". Hij vertelt verder dat deze ingegraven moest blijven, er mocht geen nader onderzoek verricht worden. Hij was erbij: in een pauze waagden het team hulptroepen waar hij destijds deel van uitmaakte het toch om een metertje diep te graven, maar zij werden snel gesommeerd de boel weer toe te dekken. In de doofpot!

STEENKRINGEN
Een ander door officiële wetenschap nogal verontachtzaamd verschijnsel zijn steenkringen. Volgens Jan waren er op veel plekken waar grotere hunebedden staan in eerdere tijden al steenkringen aanwezig (bestaande uit zwerfkeien). Ook zij hadden rituele functies waarop in deel 2 uitvoerig ingegaan wordt.

Bij grotere hunebedden was er daarnaast voorheen vaak een extra aangelegde buitenste steenkring aanwezig, KRANSSTENEN geheten. Deze bestond juist uit kleinere stenen. Die aldus vaak als eerste geroofd (hergebruikt) zijn in latere tijden. Er wordt amper aandacht aan geschonken. Indien de omstandigheden dat toelieten was een dergelijke extra kring van kleine stenen zelfs mogelijk standaard bij grote hunebedden. Het wordt officieel beschouwd als niet veel meer een soort (esthetische) bestrating maar zij bezaten een duidelijke (rituele) afschermingsfunctie.

Steenkringen komen er in Nederland bekaaid van af, in buitenland zijn er die meer erkenning genieten.

Jan vertelt over Anloo waar nog 3 keien liggen van wat ooit een authentieke kring was. Maar dit wordt officieel niet herkend.

Jan leidt me langs een andere plek waar ooit een steenkring lag. Hij noemt die plek, schrik niet, Nieuw Jerusalem. Kan het niet terugvinden in Google maps dus zal het nog eens extra navragen, het is bij een militair terrein. Bij een opgraving in die buurt zijn op aandringen van amateur-archeologen de betreffende stenen bij elkaar gegraven. Zodat duidelijk is dat er op die plek een verzameling stenen aanwezig was. De wetenschap schenkt er geen aandacht aan...

Soms waren er kringen gelegen rond KUILEN. Bijvoorbeeld de bekende Balloërkuil. Deze wordt gezien als niet meer dan een stuifzandformatie. Jan vertelt dat ook dergelijke kuilen vaak standaard genegeerd worden.
Men maakte in die tijden normaalgesproken gebruik van de natuurlijke vorming van het landschap!

Ligging in landschappelijke setting
Om het plaatje completer te maken: een hunebed als heuvelelement past ineen landschappelijke setting met meerdere elementen. Het zijn geen geîsoleerde objecten.

Jan ontdekte zelfs door hem zo genoemde GEOGLYPHEN waarbinnen zwerfkeien en hunebedden markeringspunten vormen, waarover later meer. De overgespecialiseerde wetenschap heeft er geen oog voor en doet het per vooroordeel af als fantasie.

Jan vertelt dat er in regio Groot-Drenthe ongeveer 3000 door de mens opgeworpen aardeheuvels zijn. Daarnaast zijn er ook hopen natuurgevormde stuifheuvels. In een grote variëteit aan termen. Met een veelheid aan functies, we komen erop terug, we zullen erover doorgaan.

In een klein deel van al deze heuvels zijn er graven geborgen, daarom worden ze standaard grafheuvels genoemd. In ongeveer 10% en dan vaak maar een paar per heuvel. Deze doden zijn alleen begraven met vaak een paar stuks van hetzelfde soort aardewerk erbij. De aangetroffen skeletafdrukken liggen standaard vergezeld van een GRAFSET:
"Ze kregen bepaalde voorwerpen mee, in verschillende combinaties, maar steeds dezelfde: een beker, een hamerbijl, een gewone bijl, een vuurstenen dolk, een vuurstenen mesje en pijlpunten"

Deze doden zijn meestal niet systematisch begraven, eerder schots en scheef, hapsnap in de heuvel. Dit lijkt niet erg in lijn te liggen met het standaardidee dat het hier heel speciale mensen betrof. Het geeft geen blijk van sterk eervertoon gezien het feit dat hunebedden (die er al stonden) zeer zorgvuldig uitgelijnde objecten zijn.

Gesteld wordt dat dit een latere fase van de TRBcultuur betrof. Het inzicht is gerijpt dat we te maken hebben met een doorlopende cultuur die elementen assimileerde. De eerder aangebrachte culturele scheidingen op basis van diverse modes (o.m. in de versiering van aardewerk) waren gekoppeld aan academische carrieres ('ontdekkingen'). Het feit van deze doorlopende cultuur werd eerst ontkend en nu toegeschreven aan bekende wetenschappers.

UITLIJNING
Hunebedden liggen of staan niet zomaar schots en scheef ergens weggelegd. Ik onderscheid 3 soorten uitlijning:
1.de plaatsing van objecten op leylijnen
2.de uitlijning van objecten tov elkaar (de landschappelijke setting)
3.(vermeende) uitlijning op hemellichamen

1.
Dat leylijnen geometrische grids vormen is logisch: de natuur is technisch gezien in haar geheel geometrisch van aard. Bij betere afstemming kunnen deze energielijnen zelfs gevoeld worden. Ik denk dat mensen er vroeger in vervlogen tijden toen men gewend was aan leven in de natuur, voor alle door mens veroorzaakte straling en afleiding, er van nature veel gevoeliger voor waren. Hunebedden staan standaard op knooppunten van Leylijnen.

2.
Er zijn een aantal amateurs met dit onderwerp van uitlijning beziggeweest. Helaas hebben zij hun inzichten niet kunnen omzetten in overzichtelijke publicatie.

Drs T. Dijksterhuis vertelde mij dat zijn onderzoek opleverde dat hunebedden in groepen op elkaar staan uitgelijnd. Hij noemt een rechthoekige driehoek met hoeken van 90 graden en respectievelijk 24 en 66 graden. Deze driehoek heeft hij diverse malen kunnen constateren, hij noemt:
Drouwen – Drouwenerveld – Bronneger; Anloo – Schimmeresh – Noordbergerstee en Havelte – Schimmeresh – D23 Drouwenerzand.

Ook komt het voor dat er een RECHTE LIJN loopt van ingang tot ingang. Dan was het mogelijk te zien wat er bij het andere hunebed gebeurde. Hij meldt dat er eentje loopt van Havelte naar Schimmeresch.

Dit Havelte is volgens een bron een toonbeeld van Π-verhouding.

Dit artikel stelt dat "bij minstens veertien andere hunebedden werden vergelijkbare waarden gevonden". Heb die aanvullende informatie nergens kunnen terugvinden. Het einde van het artikel is ronduit zwak: je kunt het bestaan van een cirkelvormige steen niet aanvoeren als bewijs dat er bewust met het getal Π omgegaan werd.

Johan Wieberdink meldt dat volgens hem D42, D43 en D44 met elkaar een gelijkbenige driehoek vormen.
"Jij hebt het over ‘aardetempels’, en ik denk dat dat niet ver bezijden de waarheid ligt. Maar wellicht zijn het nog meer ‘verbindingstempels’, om boven- en onderwereld met elkaar te verbinden. Zo ben ik lang bezig geweest met de driehoek het dichtst bij mijn huis (D44, D42, D43). Een gelijkbenige driehoek, met twee zijden van precies 1170 meter, en een basis van 920 meter. Oftewel een verhouding van 1: 1,272. Dat is de wortel uit phi, een verhouding die ook voorkomt in de grote piramide van Gizeh, en staat voor de verhouding van de aarde en de maan (als je de omtrek van de aarde op 1 stelt, is de omtrek van de maan 0,272). Kennelijk is D43, het zgn. ‘langgraf’ een maantempel, waarbij de verhouding van de hunebedjes erín de dans weergeeft van de aarde en maan."

Locale geometrie kan blijkbaar een kenmerk zijn van groepjes hunebedden. Ik denk dat we ook verder kunnen  kijken dan alleen rechte lijnen. Zijn er meer geometrische patronen te bespeuren?

Volgens een andere bron staan er vermeende markeringssporen op hunebedden.

Diezelfde site geeft ook een kort overzichtje van eerder onderzoek naar uitlijning op hemellichamen

3.
In een voorgaand wetenschappelijk tijdperkje vermoedde men dat de hunebedden OP DE ZON lagen uitgelijnd. Het is waar dat veel hunebedden hun ingang op het zuiden gericht hebben met de hoofdas oost-west.

Een eerder idee was dat de oude culturen (volgens mij ook terecht) beschouwd werden als zonaanbidders. Toen echter bleek dat er ook genoeg afwijkingen waren werd de these afgewezen. Daarmee werd destijds tevens het verhaal van vermeende 'religieuze' betekenis ook van tafel geveegd, een te vaak voorkomende wetenschappelijke reflex. In deel 3 ga ik hierover doorbomen.

Uitlijning op (volle) maanstanden is geen gek idee. De maan stond in matriarchale tijden een stuk centraler. De maan zorgt voor eb en vloed op aarde en heeft dus directe invloed op water waar ook wij voor een groot deel uit bestaan. Sommige onderzoeken wijzen op vermeende uitlijning op "grote en kleine maanstilstand". Nog weinig is met zekerheid vastgesteld. Ook omdat metingen vaak maar bij enkele (groepen) hunebedden plaatsvonden. Directe uitlijning op hemellichamen geeft evenwel aanwijzing voor kosmische afstemming.

Eerder officieel onderzoek was nogal kleingeestig gericht op het ontdekken van 1 vast patroon. Maar er kan
-gerelateerd aan diverse functies van hunebedden- sprake zijn van meerdere mogelijkheden. Niet alles hoeft hetzelfde uitgelijnd te staan! Over die functies gaat deel 2 van dit artikel door. Kan vast melden dat het hierbij ook gaat om verschillende initiaties en sjamanistische rituelen.

Het verhaal van (diverse soorten) uitlijning is veel nader onderzoek waard. Het bouwen der hunebedden wordt er nog ontzagwekkender door. In de natuur en in onze kosmos komen zekere getallen en verhoudingen systematisch terug. Het geeft blijk van diepgaande afstemming wanneer blijkt dat bepaalde verhoudingsmaten die ook in de natuur standaard zijn in menselijke scheppingen terugkeren. De pyramides in o.m. Egypte geven daar ook uitbundig blijk van.

Er is een lijst in omloop met plaatsen waar verdwenen hunebedden lagen.
Deze plaatsen kunnen voor uitvoeriger geometrisch onderzoek betreffende onderlinge uitlining meegenomen worden.

SPOREN VAN BEWERKING 
GESPLETEN STEEN?!
Steenhelften lijken regelmatig bij elkaar te passen. Dit is niet structureel in kaart gebracht. Het is echter wel degelijk waar te nemen dat een aardig aantal grote steenhelften bij elkaar gehoord hebben.

Sommige stenen lijken een soort van messcherp 'doorgesneden'. Waarschijnlijk komt dit door natuursplijting.
Er kan in een aantal gevallen mogelijk ook gebruik gemaakt zijn van door de mens in gang gezette natuursplijting. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van vorstwerking in met water gevulde spleten.
Getuige opgestelde stenen met diepe insnedes, een aanwijzing van bewerking.

Een andere aanwijzing van menselijke ingreep bij splijting geeft mijns inziens deze uitgebeitelde lijn in een deksteen van D18, deze aangebrachte lijn loopt door over vrijwel de gehele steen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen